Het is zeven uur 's ochtends, je draait de sleutel om en er gebeurt niets, of er klinkt alleen een zielig getik. De buurman staat al met zijn auto naast de jouwe en zegt dat hij wel kabels heeft liggen. Startkabels gebruiken is geen ingewikkeld werk, maar de volgorde maakt uit. Een fout kan vonken geven of de elektronica van een van de twee auto’s beschadigen.
Hieronder staat de gewone volgorde in gewone taal. Het instructieboekje van je eigen auto gaat voor, want dat kent de uitzonderingen.
Voordat je de kabels pakt
Controleer eerst of de accu echt het probleem is. Hoor je een snel getik of gaan de lampjes op het dashboard flauw branden of helemaal niet aan, dan is een lege accu waarschijnlijk. Draait de startmotor wel goed rond maar slaat de motor niet aan, dan zit het probleem elders en helpen kabels niet.
Kijk daarna naar de accu zelf. Zit er een barst in de behuizing, lekt er vloeistof of is er duidelijk witte aanslag op de polen, dan begin je er niet aan. Een beschadigde accu moet je niet aansluiten op een stroombron. Bel dan pechhulp.
Zet beide auto’s uit en haal de sleutels eruit. Zet de handrem aan, de versnelling in neutraal of bij een automaat in P, en zorg dat de twee auto’s elkaar niet raken. De auto’s mogen dicht bij elkaar staan zodat de kabels kunnen reiken, maar ze mogen elkaar niet aanraken. Zet verlichting en andere stroomverbruikers uit.
Controleer ook de kabels. Zijn de isolatie of de klemmen beschadigd, gebruik ze dan niet. Dunne, goedkope kabels kunnen ook te zwak zijn voor een grote motor. Op de verpakking staat meestal waarvoor ze bedoeld zijn.
Startkabels gebruiken: de volgorde van aansluiten
Er zijn vier klemmen, twee rode en twee zwarte. Rood hoort bij de pluspool, zwart bij de min. Het is bijna altijd duidelijk gemarkeerd op de accu zelf.
Werk in deze volgorde:
- Rode klem op de pluspool van de lege accu.
- Andere rode klem op de pluspool van de goede accu.
- Zwarte klem op de minpool van de goede accu.
- Laatste zwarte klem op een onbewerkt metalen deel van de auto met de lege accu, ver van de accu zelf. Een stevige bout aan het motorblok of een speciaal massapunt werkt goed.
Die laatste stap lijkt vreemd, maar heeft een reden. Bij het aansluiten kan er een vonk ontstaan. Een lege accu kan gassen afgeven, en je wilt niet dat de vonk vlak bij de accu ontstaat. Daarom gaat de laatste klem op metaal, op afstand.
Raken de klemmen elkaar tijdens het aansluiten, dan geeft dat kortsluiting. Houd ze daarom uit elkaar en laat ze niet los hangen.
Starten en afkoppelen
Laat de motor van de goede auto een paar minuten stationair draaien. Dat geeft de lege accu de kans iets op te laden. Probeer daarna de lege auto te starten. Lukt het niet meteen, wacht dan even en probeer het nog een keer. Draai de startmotor niet langer dan een paar seconden achter elkaar.
Slaat de motor aan, laat hem dan draaien en haal de kabels in omgekeerde volgorde los: eerst de zwarte klem van de auto die net gestart is, dan de zwarte van de goede accu, dan de rode van de goede accu en tot slot de rode van de auto die was leeg. Laat de klemmen tijdens het losmaken nergens tegenaan komen.
Rijd daarna een tijdje door, bij voorkeur een flink stuk zonder tussenstops. De dynamo laadt de accu dan bij. Zet je de motor meteen weer uit, dan weigert de auto de volgende keer misschien opnieuw.
Pas op bij moderne auto’s
Een recente auto heeft veel meer elektronica dan een oudere. Daarom zijn er voorbehouden. Sommige fabrikanten adviseren tegen het gebruik van startkabels of schrijven een eigen methode voor. Hybride en elektrische auto’s hebben vaak een aparte accu voor het boordnet, en daar gelden andere regels voor. Auto’s met start-stopsysteem hebben soms een speciaal type accu.
Veel auto’s hebben aansluitpunten in de motorruimte, vaak onder een rood plastic kapje. Dan sluit je niet rechtstreeks op de accu aan, maar op dat punt. Staat de accu in de kofferbak of onder de stoel, dan hoort dat ook zo in het boekje te staan.
Sla je dit over en gaat het mis, dan kan de schade aan elektronica flink zijn. Zoek het dus op voordat je begint. Heb je het boekje niet meer, dan staat het vaak online bij de fabrikant. Het exacte type van je auto controleer je met het kenteken op rdw.nl.
Wanneer je beter pechhulp belt
Er zijn momenten dat de kabels beter in de kofferbak blijven. Bij een hybride of elektrische auto waarvan je de regels niet kent. Bij een beschadigde of lekkende accu. Bij een auto die in een slecht bereikbare ruimte staat. En altijd als je het niet vertrouwt. Een pechhulpdienst heeft de apparatuur en de ervaring om het veilig te doen.
Wordt het een patroon, dus start de auto steeds slechter, dan is de accu vermoedelijk op. Of er lekt ergens stroom weg. Hoe je dat voorkomt, lees je in accu leeg in de winter voorkomen. Laat de accu en de dynamo ook eens controleren.
Een auto die vaker niet start, wordt hinderlijk, en soms ligt het aan meer dan de accu. Loont een reparatie niet meer, dan kun je een bod aanvragen. Dat is vrijblijvend, en een auto die niet meer start mag je gewoon aanmelden.
Veelgestelde vragen
Welke klem moet ik als laatste vastzetten?
De zwarte klem op een metalen deel van de auto met de lege accu, op afstand van de accu. Dat voorkomt vonken vlak bij de accu.
Hoe lang moet de goede auto draaien?
Een paar minuten is gebruikelijk. Wat voor jouw auto verstandig is, staat in het instructieboekje.
Kan ik een hybride of elektrische auto met kabels starten?
Dat verschilt per model en per fabrikant. Soms is het niet toegestaan. Lees het boekje of bel pechhulp.
Wat als de auto na het starten weer uitvalt?
Dan is de accu waarschijnlijk niet te redden of laadt de dynamo niet. Laat het door een garage controleren.
